Samen in de Stad.

Ik.
Jij.
Wij.
Samen.

Niet tegenover elkaar.
Naast elkaar.
Hand in hand.
Luisteren.
Vertellen.
Bouwen.
Maken.
Samen.

hebben lief.
maken ruzie.
komen samen thuis.
in ons mooie Eindhoven.

En als je niet naast me staat. Kom ik je halen. Jij hoort er ook bij.
in ons mooie Eindhoven.

Waar je mag leren, vallen en opstaan.
in ons mooie Eindhoven waar we samen zijn.

De Stad.
Elke dag.
Samen.
Wij.
Jij.
Ik.

Nooit alleen.

 

Reageer, maar met respect.